Blog

Keltfacts: Doedelzak

We laten jullie graag kennis maken met de Keltische cultuur in onze rubriek Keltfacts. In deze blog onderzoeken we de doedelzak. Onze gastblogger Yentl Schattevoet, ook wel bekend als The Dreadlock Piper  vertelt je alles over dit instrument en hoe deze in relatie staat tot de Kelten.

Wat is een doedelzak?

Als we het over de doedelzak hebben dan denken we al snel aan de Schotse doedelzak, bespeeld door een kilt-dragende highland piper. Misschien denken we ook aan de Ierse Uilleann pipes die we kennen van Keltische folk bands, of aan een reizend middeleeuws muziekgezelschap.

De oplettende Keltfest bezoeker zal het niet ontgaan zijn dat de doedelzak bestaat in vele verschillende soorten en maten. We kennen de middeleeuwse pijpzak uit de Lage Landen, de Zweedse säckpipa, de Fransen hebben hun cornemuse, in Spanje en Portugal zijn er regionale varianten van de gaita, het nationale instrument van Bulgarije is de гайда (gaida), en ga zo maar door. Tegenwoordig zijn er zelfs elektronische doedelzakken. In dit verhaal zal de nadruk liggen op de Schotse doedelzak: de Great Highland Bagpipe of, in Gaelic, pìob mhòr. Deze herkennen we uit duizenden en is met haar 90 tot 110 decibel ook nog eens de luidste van het stel.

Uit welke onderdelen bestaat een doedelzak?

Laten we eens kijken naar de verschillende onderdelen van de Schotse doedelzak om het mysterieuze mechanisme ervan te ontrafelen. Een doedelzakspeler (piper) blaast via de blaaspijp (blowpipe) lucht in de zak (bag), die omhuld is met een cover. De zak wordt vol geblazen en onder de linkerarm geklemd zodat er constante druk kan zijn. De lucht in de bag kan op vier manieren ontsnappen met geluid als gevolg: via de chanter, via de lange bass drone, en via de twee kleinere tenor drones. Bij een goede highland bagpipes zijn deze onderdelen met vakmanschap vervaardigd; meestal uit hout (African Blackwood) of polypenco. De chanter is de melodiepijp waarop een tune (muziekstuk) wordt gespeeld. Dat gebeurt door het optillen en neerzetten van de vingers op de acht gaatjes, zoals bij een fluit. In de chanter zit riet (reed) waarmee het geluid geproduceerd wordt. In de drie drones zitten andere rieten en deze zorgen voor de ondertoon die zo kenmerkend is voor de doedelzak. De drie drones worden op hun plek gehouden door een koord (cord) en rusten op de linkerschouder van de piper. Bijna alle onderdelen (joints) worden intern bij elkaar gehouden met laagjes hennepdraad.

Het stemmen van een doedelzak vergt enige ervaring, instrumentbeheersing en vooral veel geduld. De noten van de chanter worden gestemd door het riet dieper of minder diep in de reed seat te plaatsen. De individuele noten kunnen nog verder gestemd worden door een laagje tape over de bovenkant van het gaatje te plaatsen of zelfs door het gaatje iets uit te boren met een schrapertje (carving tool). Uiteraard vereist dit precisie en voorzichtigheid. Doorgaans wordt natuurlijk riet (cane) gebruikt en dit is erg temperatuur- en vochtgevoelig, waardoor de doedelzak makkelijk ontstemd raakt. Om zo min mogelijk aan het toeval over te laten zijn er handige hulpmiddelen uitgevonden. Zo bestaan er tegenwoordig naast traditionele dierenhuiden zakken (zoals hide en sheepskin) ook synthetische bags, er bestaan vochtsystemen die in de bag zitten om het riet droog genoeg te houden en er zijn zelfs plastic rieten die überhaupt weinig moeite hebben met vocht. De drones worden gestemd door de bovenste joint van elke pijp naar boven of beneden te schuiven. Hoe langer de drone wordt, des te lager de toon en andersom. Idealiter zal een doedelzakspeler pas écht beginnen met muziek maken na het warmspelen en tunen van het instrument.

Wat maakt Schotse doedelzakmuziek zo kenmerkend?

De Schotse doedelzak wijkt in veel opzichten af van andere muziekinstrumenten. Het kent haar eigen karakteristieke speeltechnieken, muziek en cultuur. Zo is de vingerzetting om een melodie te spelen anders dan bij andere doedelzakken of fluiten. Ook worden de vingers op een ontspannen manier zo veel mogelijk gestrekt gehouden zodat uiteindelijk makkelijker snelle bewegingen kunnen worden gemaakt. De gaatjes worden niet dicht gehouden met de toppen van de vingers, maar met de vingerkootjes. In totaal heeft de highland pipes negen noten – een octaaf plus één – van een Lage G tot een Hoge A. De lage A is in D majeur, maar de C en F noten wijken af en worden natural genoemd. De Schotse doedelzak gebruikt de mixolydische toonladder. Alsof dit allemaal nog niet complex genoeg is, is de frequentie (pitch) van een Great Highland Bagpipes ook nog eens hoger dan de gangbare 440 Hz van andere instrumenten. Dit is iets wat door de jaren heen zo gegroeid is, want van oude opnames weten we dat doedelzakken vroeger een stuk lager gestemd werden dan nu. De drones zorgen voor de warme constante bromtoon, waarbij de twee tenor drones een octaaf onder de lage A van de chanter zitten, en de bass drone zelfs twee octaven.
De speeltechniek is bijzonder, omdat er door de constante lucht- en geluidstroom onderscheid gemaakt moet worden tussen de verschillende noten. Daarom zijn er hele korte nootjes (gracenotes) en zogenaamde versieringen (embellishments zoals doublings, slur, grip of lemluath, taorluath, throw on D en de ‘pinkbreker’: de birl) in het leven geroepen die de doedelzakmuziek zo herkenbaar maken. Juist door het onophoudelijke geluid zal de doedelzakspeler ervoor moeten zorgen dat alle noten en versieringen netjes worden gespeeld om valse vingerzetting (crossing noises) te voorkomen. Je ziet: het vergt veel doorzettingsvermogen en discipline om het doedelzakspelen onder de knie (of, beter gezegd, de arm) te krijgen.

Traditionele Schotse doedelzakmuziek kent twee soorten: ceòl mòr of piobaireachd (ook wel: pibroch) en ceòl beag. Piobaireachd wordt beschouwd als de klassieke muziek van de doedelzaktraditie en daarom voor de fijnproever. Oorspronkelijk werd zo’n muziekstuk mondeling overgeleverd in een soort doedelzaktaal, canntaireachd. De piper begint met het thema (ground of, in Gaelic, ùrlar) waarop gaandeweg steeds meer variaties met gecompliceerdere technieken worden gespeeld. Zo’n tune kan wel een half uur duren. De Schotse doedelzakmuziek waar we het meest bekend mee zijn heet ceòl beag (lichte muziek). Dit zijn de geliefde marches, strathspeys, reels, jigs, slow airs en hornpipes: van Scotland the Brave tot Shake that Bagpipe. Eigenlijk alle doedelzakmuziek waar we tijdens Keltfest zo van kunnen genieten.

Pipe bands

Een van de bekendste solo doedelzakspelers is de lone piper van de Royal Edinburgh Military Tattoo. Naast solo pipers zijn veel doedelzakspelers bandspelers. Anders dan de naam doet vermoeden spelen er niet alleen pipers in een pipe band. Snare drummers en tenor drummers vormen samen met de bass drummer de drum sectie. De kilt-dragende pipe band wordt geleid door een pipe major, met ondersteuning van de pipe sergeant. De leading drummer staat aan het roer van de drum sectie. Alle spelers houden de pipe major en eventueel de drum major goed in de gaten om orders op te volgen en het juiste tempo aan te houden. Het gaat er namelijk gedisciplineerd aan toe. Het teken van de pipe major voor het begin van een tune is “By the right – quick – MARCH!”, waarna op dit tempo de intro rolls van de drummers ingezet worden. Vervolgens slaan de doedelzakspelers hun drones in (striking in) om bijna altijd te beginnen met de melodienoot ‘E’. Een slecht getimede en té vroeg te horen early E wordt een leerling piper zo snel mogelijk afgeleerd.

Pipe bands bieden meestal een lesprogramma aan om te leren doedelzakspelen of drummen. De aspirant piper begint te oefenen op een practice chanter (oefenfluit, doorgaans van hardhout of polypenco) en deze zal diens hele piping carrière lang een trouwe bondgenoot zijn. De leerling begint met het leren van de basics en pas wanneer een aantal tunes foutloos uit het hoofd op de practice chanter gespeeld kunnen worden, begint het avontuur op de doedelzak. Het kan zo wel een jaar of langer duren voordat de leerling met de band mee mag spelen. Er zijn ook heuse doedelzakcompetities, bijvoorbeeld tijdens Keltfest of de prestigieuze World Pipe Band Championships (onder doedelzakspelers bekend als ‘the Worlds’) op Glasgow Green in Schotland. Er worden competities gespeeld op verschillende niveaus: van de vijfde instapgraad tot de absolute top van grade one. Nederland en België kennen een levendige pipe band scene met succesvolle bands en pipers en er is zelfs een Nederlandse Organisatie van Doedelzakbands (NOvDB). Dit stukje Schotland in eigen land is goed nieuws voor ieder die doedelzak of drums wil leren spelen. Wie weet speel jij dan binnenkort wel de sterren van de hemel tijdens de doedelzakcompetitie van Keltfest.

Wat is de geschiedenis van de doedelzak?

Zoals we aan het begin van de blog lazen, is de doedelzak niet uitsluitend Schots. Er wordt algemeen aangenomen dat een primitieve vorm van de doedelzak ongeveer drieduizend jaar geleden in het Midden-Oosten is ontstaan. Het eerste echte bewijs stamt echter uit 1000 voor onze jaartelling en leidt ons naar Alacahöyük in het huidige Turkije. Op een Hettitisch tablet is de eerste ons bekende doedelzak afgebeeld. Het instrument verspreidde zich door Azië, Afrika en Europe – te beginnen onder de oude Grieken en Romeinen. In het middeleeuwse Europa was de rondtrekkende minstreel met doedelzak en andere folk instrumenten een graag geziene gast. De populariteit nam pas af toen er concurrenten bij kwamen, zoals de piano. De streken waarin de doedelzak gekoesterd bleef zijn de gebieden die vandaag de dag nog steeds sterk geassocieerd worden met de doedelzak: de Mediterrane wereld, de Balkan en natuurlijk de Keltische landen.

Het eerste bewijs voor de doedelzak in Schotland is te vinden in de vijftiende-eeuwse Melrose Abbey en Rosslyn Chapel, namelijk beeldhouwwerken van respectievelijk een doedelzak spelend varkentje en een pipende engel.

Hoe komt het dat de doedelzak zo nadrukkelijk met de Kelten wordt verbonden? 

Dit heeft alles te maken met het in de achttiende eeuw opkomende Romantisch nationalisme. Om dit te begrijpen is wat voorgeschiedenis nodig. Rond 1500 ontwikkelde de doedelzak, die tot dan toe maar één drone had, zich verder doordat er een tweede drone werd toegevoegd. Twee eeuwen later kwam er nog een derde bij, namelijk de bass drone. Dit is de typische vorm van de Schotse doedelzak zoals we die vandaag de dag kennen. De highland pipes waren nauw verbonden met het Schotse clansysteem. Door elite pipers werd het Schotse doedelzakspelen serieus aangepakt. In lokale scholen leerde men, vaak van vader op zoon, de fijne kneepjes van piobaireachd (de eerdergenoemde 'klassieke' doedelzakmuziek). Traditioneel was het een belangrijke taak van de piper om de strijders muzikaal bij te staan op het slagveld. Het leger heeft gaandeweg dan ook een bepalende invloed gehad en dit is nog altijd erg zichtbaar in het militaire karakter van pipe bands.

De doedelzakcultuur veranderde plotsklaps toen naar aanleiding van de Jakobitische opstand van 1745 alles werd verboden wat de Engelsen associeerden met het Schotse clansysteem. Het dragen van de kilt kon zelfs leiden tot de doodstraf. Tijdens de Romantiek vond er echter een ware herontdekking plaats en men mijmerde over de heldhaftige oude Kelten en wat zij betekenden voor de eigen nationale Schotse identiteit. Geïnspireerd door James Macpherson’s verzameling gedichten van de derde-eeuwse Keltische bard Ossian (gepubliceerd in 1760, 1762 en 1763, en in 1765 gebundeld in The Works of Ossian) ontstond er een ware Celtomania: enthousiasme voor de Kelten. Macpherson was er vast van overtuigd dat de in zijn ogen ‘nobele Kelten’ de voorouders waren van de Schotse highlanders, terwijl ze voorheen werden gezien als ‘wild en ongeciviliseerd’. Ook al wordt er tegenwoordig aan de echtheid van Ossian’s gedichten getwijfeld, het is opvallend dat de doedelzak niet in het werk voorkomt. Het idee dat de oude Keltische highlanders doedelzak zouden spelen is dus pas later terug geprojecteerd op het verre verleden.

In 1822 bracht koning George IV een bezoek aan Schotland. De beroemde Schotse schrijver en dichter Walter Scott nam het voortouw om ervoor te zorgen dat er een indrukwekkend en onuitwisbaar beeld van ‘de Schot’ op het netvlies werd gebrand. Zo moest elke vooraanstaande deelnemer aan het spektakel “the ancient highland costume” met zijn eigen clan tartan dragen. De doedelzak paste perfect in dit plaatje, al repten Scott en zijn achttiende-eeuwse tijdgenoten geen woord over een mogelijke oud-Keltische oorsprong van het instrument. Sterker nog, er werd geloofd dat ze van doen hadden met northern bagpipes uit Noord-Europa waarmee men letterlijk kon ‘doedelzakken’ ofwel: “sack-doudling”, zoals Scott het noemt.

Kelten en doedelzakken werden in de Romantische verbeelding van het Schotse clansysteem meer en meer met elkaar in verband gebracht en uiteindelijk als ‘typisch Schots’ uitgedragen. Het beeld van de Schot als Keltische, kilt-dragende doedelzakspeler werd met enthousiasme verspreid, bijvoorbeeld op schilderijen uit die tijd. Ook werd er gretig gebruik van gemaakt door de toeristenindustrie. De opkomende Highland Societies speelden eveneens een belangrijke rol. Zij organiseerden de eerste doedelzakcompetities.

Op het vaste land van Europa heeft de Schotse doedelzak spelende soldaat een onuitwisbare indruk achtergelaten. De generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt denkt vaak met een lach en een traan terug aan de Schotse klanken die ten gehore werden gebracht toen het land bevrijd werd. Daarom marcheren doedelzakbands nog altijd mee tijdens de Airborne herdenking en is er een beeld van een doedelzakspeler in Tilburg.

Vandaag de dag is de fascinatie voor de Keltische en Schotse cultuur nog altijd sterk aanwezig en niet in de laatste plaats vanwege dat fantastische nationale instrument: de doedelzak. Mét de strijdlustige en kilt dragende Kelt die nog altijd zo tot onze verbeelding spreekt.

Artikel door Yentl Schattevoet (meer van haar stukken vind je op Kult ov Yentl)
Hoofdafbeelding door Keshia van Rossum
Afbeelding doedelzakcompetitie door Ellen La Faille

Bekijk ook